Tip hier de redactie
Blog
Bekijk overzicht
8 May 2020
Artikel delen

Opiniestuk: Coronavirus dwingt scholen tot nieuwe onderwijsvormen – ‘Digitaal afstandsonderwijs is een blijvertje in het onderwijs’

Categories

Tags

    Deel dit artikel

    Wilt u belangrijke informatie delen met de redactie?

    Tip hier de redactie

    Door de plotselinge sluiting van de scholen, heeft de digitalisering van het voortgezet onderwijs een reuzensprong gemaakt. Het was in het begin zoeken en experimenteren met leermiddelen en technologie, maar na een week hadden de meeste leerlingen, docenten én ouders het afstandsonderwijs behoorlijk onder knie. Alle hulde daarvoor. Nu de rook min of meer is opgetrokken, is het de hoogste tijd om als onderwijsveld collectief stappen te zetten om digitaal afstandsonderwijs doordacht en collectief breder in te bedden in het voortgezet onderwijs.

    Anderhalve meter tijdens het gymmen?

    De reden daarvoor is simpel. Digitaal afstandsonderwijs is een blijvertje in het onderwijs. Als alles meezit, mogen de scholen in het voortgezet onderwijs medio juni weer open. Dat is vooralsnog goed nieuws en verlicht hopelijk de druk op leerlingen, docenten én ouders. Maar dan zijn we er nog niet. Anderhalve meter afstand in de klas, de aula, tijdens het gymmen of in een bus naar een excursie… Het vergt al onze creativiteit om dat ‘nieuwe normaal’ op school te realiseren.

    Klassen opsplitsen

    Digitaal afstandsonderwijs kan daarbij enorm helpen. Nu al hoor ik van docenten dat ze hun klassen willen opsplitsen. De helft van de leerlingen volgt klassikale instructie, de andere helft werkt vanuit huis en vice versa. Dat maakt het voor scholen al een stuk makkelijker om bijvoorbeeld de anderhalve meter te handhaven in een klas. En zo zoetjes aan zien we ook dat een deel van de leerlingen het domweg thuis beter doet, dan in de klas. Pedagoog en oud-leerkracht Maarten Haalboom schreef daarover in de Volkskrant van 28 april. En dat blijkt ook uit onderzoek van de Nieuw-Zeelandse onderwijs expert professor John Hattie.

    Digitale initiatieven

    Digitaal afstandsonderwijs is straks een onderdeel van dat nieuwe normaal. Het is dan wel zaak om als scholenveld stevig na te denken hoe we dat samen vorm gaan geven. In mei 2017 verscheen het rapport Doordacht Digitaal van de Onderwijsraad. Daarin deed deze adviesraad een stevige oproep om als scholenveld gezamenlijk, in co-creatie, na te denken over en stappen te zetten in de digitalisering van het onderwijs. Dat is in de afgelopen jaren niet écht van de grond gekomen. Maar nu we collectief in een intelligente lockdown zitten, schieten de digitale initiatieven als paddenstoelen uit de grond. Denk bijvoorbeeld ‘Studentenhelpenscholieren.nl’, de Alliantie Afstandsonderwijs en het collectief Onderwijsverslimmers. Stuk voor stuk samenwerkingsverbanden met ervaren partners om het digitaal ondersteunt afstandsonderwijs duurzaam te maken.

    Flexibele schoolorganisatie

    De vraag is dus niet of maar hoe we digitaal afstandsonderwijs inbedden in het huidige onderwijs. En dan zien we een aantal belangrijke aandachtspunten. Ten eerste de verschillende wijzen waarop scholen omgaan met de huidige situatie. Onderwijsadviseur Machiel Karels beschrijft twee patronen in zijn blog op LinkedIn. Enerzijds zijn er scholen die blijven redeneren vanuit wat een leerling moet leren, de leerstof uit de boekjes. Dit is de groep die nu vooral veel energie steekt in het repareren van mogelijke leerachterstanden van leerlingen. Anderzijds is er ook een groep scholen die deze situatie aangrijpt om een fundamentelere omslag te maken. Dat zijn scholen die versneld de kanteling willen maken naar een ontwikkelingsgericht en flexibel schoolorganisatiemodel. Met bijvoorbeeld veel aandacht voor maatwerkonderwijs en de inzet van leerdoeldenken.

    Robuuste onderwijsinfrastructuur

    Een tweede aandachtspunt is de bestaande, digitale onderwijsinfrastructuur. Dat mag een stuk robuuster en moet voor elke leerling altijd toegankelijk zijn. Niet alle leerlingen hebben een laptop of beschikken over een goede internetverbinding. Eind maart werd bekend dat de gemeenten Amsterdam en Rotterdam respectievelijk 3250 en circa 4.000 laptops beschikbaar stelden voor leerlingen die thuis niet over de juiste middelen beschikken. En begin mei werd duidelijk dat minister Slob (onderwijs) nog eens 3,8 miljoen euro heeft gereserveerd om leerlingen te ondersteunen die thuis lessen volgen maar geen laptop of tablet tot hun beschikking hebben. Mooi dat dat nu eindelijk op gang komt, maar het is nogal hap-snap. Hier ligt een rol voor de overheid om doordacht en blijvend te investeren in de opzet en onderhoud van een veilige, digitale en open onderwijsinfrastructuur. Het mag niet zo zijn dat door een gebrek aan laptops of een wankele internetconnectie, leerverschillen tussen leerlingen groter worden.

    Een tweede belangrijke stap is een versnelde doorontwikkeling van open, digitaal leermateriaal. Leermateriaal dat interactief en multimediaal is, makkelijk aan te passen aan de leerbehoefte van de leerling en waarbij de docent meer de regie krijgt op hoe de leerlingen leren. Dat maakt scholen een stuk flexibeler in het lesgeven op afstand en docenten kunnen zo meer maatwerk bieden aan de leerling.

    Zoals gezegd, digitaal afstandsonderwijs is een blijvertje in het onderwijs. Dat wil niet zeggen dat deze onderwijsvorm de bakstenen school kan vervangen. Hoe goed we ons best ook doen, de digitale interactie tussen docent en leerling is minder volmaakt dan de fysieke interactie in de klas of tijdens een projectoverleg in de mediatheek.

    Keerzijde afstandsonderwijs

    En er is natuurlijk ook een keerzijde aan het afstandsonderwijs. Ettelijke duizenden leerlingen in het voortgezet onderwijs zijn van de radar zijn verdwenen. En juist voor kwetsbare leerlingen in een onveilige of kleinbehuisde thuissituatie, is de school een veilige en rustige plek. Is het de docent of mentor die leerlingen troost en ondersteunt. Het is niet voor niets dat diverse scholen toch leerlingen naar de klas halen. En laten we ook niet vergeten, dat niet alle ouders in staat zijn om hun kinderen te helpen bij huiswerk of een profielwerkstuk. Ook dan is de persoonlijke begeleiding van docenten essentieel.

    Sociaal-emotionele ontwikkeling

    Een tweede punt is de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen in het voortgezet onderwijs. De school is niet alleen een plek voor het vergaren van cognitieve vaardigheden. School is ook de plek waar leerlingen leren met elkaar om te gaan, zichzelf leren kennen en zich sociaal en emotioneel voorbereiden op een plek in de maatschappij. Dat is niet op te lossen met afstandsonderwijs. Dat een puberende leerling toch af en toe de kop in de wind gooit en stiekem afspreekt met meer dan drie vrienden en/of vriendinnen. Hoe ongewenst ook, vind ik vanuit dit perspectief wel begrijpelijk. Het leven dient geleefd te worden, ook in deze tijden van social distancing.

    Ik voorzie een nieuwe mix van fysiek onderwijs op de school en digitaal afstandsonderwijs. Noodgedwongen hebben we die laatste onderwijsvorm ons in zeer korte tijd eigen gemaakt. Nu, laten we van die kennis goed gebruik maken, met een scherp oog voor de behoefte van de individuele leerling.

    Ron Zuijlen is directeur-bestuurder van de onafhankelijke Stichting VO-content. Deze stichting zorgt voor kwaliteitsverbetering van het voortgezet onderwijs door een samenwerkingspartner te zijn voor scholen bij leren en onderwijzen op maat. VO-content doet dat door digitaal leermateriaal te creëren en te onderhouden en door docenten en schoolleiders te ondersteunen bij het geven van onderwijs op maat.

    VO-content werkt samen met ruim 400 schoollocaties in Nederland. Bijna 300.000 leerlingen in het voortgezet onderwijs gebruiken het digitale leermateriaal van VO-content.

     

    Bronnen 

     

     

    Tags

    Deel dit artikel

    Wilt u belangrijke informatie delen met de redactie?

    Tip hier de redactie

    BLIJF OP DE HOOGTE VAN AL HET ONDERWIJSINNOVATIE NIEUWS