Tip hier de redactie
Posts
Bekijk overzicht
4 October 2019
Artikel delen

LiFo: Een mix van folio en digitaal materiaal

Categories

Tags

    Deel dit artikel

    Wilt u belangrijke informatie delen met de redactie?

    Tip hier de redactie

    De leermiddelenmarkt is in beweging, waarbij scholen meer behoefte hebben aan flexibiliteit. Er wordt een goede mix van folio en digitaal materiaal gevraagd. Een recente uitingsvorm van deze veranderingen is de opkomst van het zogenoemde licentie-foliomodel. Ook bekend als het LiFo-model.

    Het LiFo-model is een manier waarop leermiddelen worden aangeboden en geprijsd. Scholieren krijgen bij het LiFo-model met 1 licentie toegang tot de gehele digitale methode, voor alle leerjaren en onderwijsniveaus. Daarnaast krijgen ze, als de school er voor kiest, voor een klein bedrag ook folio (papieren) materiaal. Dit is een geïntegreerd leer-werkboek, in een uitvoering waar de leerlingen ook aantekeningen in kunnen maken. Ze kunnen het boek dan ook behouden: het materiaal hoeft niet meer terug naar het leermiddelenfonds van de school of naar de leermiddelendistributeur.

    Wordt het LiFo-model al ingezet?

    Stichting Carmel deed als eerste in Nederland een aanbesteding waarin het LiFo-model werd uitgevraagd, in een 2 jaar durende pilot met twee (grote) methoden:

    • ‘Getal en Ruimte’ van Noordhoff
    • ‘Biologie voor Jou’ van Malmberg

    De ervaringen daarmee waren zodanig, dat Carmel met de start van schooljaar 2019-2020 bij de 3 grote uitgevers (Noordhoff, Malmberg en ThiemeMeulenhoff) voor alle vakken waarvoor LiFo beschikbaar is, het materiaal ook in die vorm afneemt.

    Het LiFo-model is voor Carmel een belangrijke impuls voor de onderwijskundige ontwikkeling van de Carmel-scholen. Andere schoolbesturen kijken dan ook met veel belangstelling naar deze ontwikkeling.

    Het is mogelijk de LiFo-leermiddelen rechtstreeks bij de uitgever te bestellen, die dan ook voor de levering zorgt. In dat geval valt de distributeur buiten het proces, maar moeten scholen de fijndistributie naar de leerling en het contractmanagement zelf regelen. Dit kan uitbesteed worden, maar het levert wel extra geregel en kosten op.

    LiFo is beschikbaar voor de meeste methoden van de grote uitgevers, maar voor de overige uitgevers/leermiddelen zullen scholen nog steeds een distributeur nodig hebben. (Carmel heeft afzonderlijke percelen gemaakt voor de LiFo-leveringen door de drie grote uitgevers, en een ‘restperceel’ voor alle overige methoden en uitgevers.)

    Voor uitgevers is rechtstreeks leveren aan scholen nog een betrekkelijk nieuwe activiteit. Zowel voor papieren als digitaal materiaal. Dat kan risico’s voor de betrouwbaarheid van de levering met zich mee brengen. Vooral omdat de leermiddelenketen niet zonder meer geschikt is voor rechtstreekse levering van licenties door de uitgever.

    Hoe gaat het nu verder met LiFo?

    De 3 grote uitgevers in het voortgezet onderwijs leveren inmiddels steeds meer methoden volgens een LiFo-model: Malmberg noemt het de MAX-methode, ThiemeMeulenhoff noemt het LRN-line, en Noordhoff NU FLEX.

    Het is waarschijnlijk dat het LiFo-aanbod de komende jaren zal groeien, en dat het veel scholen zal aanspreken. Het lijkt daarbij wenselijk dat dit niet het enige leveringsmodel wordt, en dat bijvoorbeeld scholen die minder flexibiliteit nodig hebben, een leerboek willen kopen en dat over een langere tijd willen afschrijven, dat kunnen blijven doen.

    Als de uitgever rechtstreeks levert zou de leermiddelenketen korter kunnen worden. Daarvoor moeten nog wel wat hobbels worden genomen: scholen moeten hun contractmanagement organiseren en de uitgevers moeten laten zien dat de levering van licenties vlekkeloos kan verlopen. Waarschijnlijk zijn daarvoor aanpassingen in de ‘techniek’ van de keten nodig (met name afspraken en standaarden tussen leveranciers).

    Meer weten? Lees het volledige artikel op kennisnet.nl.

     

    Tags

    Deel dit artikel

    Wilt u belangrijke informatie delen met de redactie?

    Tip hier de redactie

    BLIJF OP DE HOOGTE VAN AL HET ONDERWIJSINNOVATIE NIEUWS