Tip hier de redactie
Posts
Bekijk overzicht
6 June 2024
Artikel delen

Goed in Gesprek over verkeerde informatie in het onderwijs

Categories

Tags

    Deel dit artikel

    Wilt u belangrijke informatie delen met de redactie?

    Tip hier de redactie

    Worden studenten goed genoeg voorbereid op het omgaan met desinformatie in hun toekomstige beroepspraktijk? Het Practoraat Mediawijsheid en Netwerk Mediawijsheid denken van niet. Daarom zijn zij het project ‘Goed in Gesprek’ gestart over verkeerde informatie’. Met twee startpagina’s, lesmateriaal en een aansprekende campagne helpen ze (aankomende) docenten, zorgmedewerkers en mediaprofessionals de invloed van desinformatie bespreekbaar te maken.  

    Het project is volgens Wouter van der Horst, practor van het Practoraat Mediawijsheid, juist nu hard nodig. “We leven in een tijd waar desinformatie enorm aan invloed wint. Veel mensen vinden het moeilijk om te filteren wat echt is en wat niet. Vooral de wat kwetsbare studenten, leerlingen, cliënten en patiënten ervaren de gevolgen hiervan.”

    “In het onderwijs is de invloed van desinformatie heel goed zichtbaar”, gaat Van der Horst verder. “Docenten hebben veel te maken met sterke meningen die gebaseerd zijn op verkeerde informatie. Ze vinden het vaak moeilijk om dat gesprek met hun leerlingen en studenten goed en genuanceerd aan te kunnen gaan. Datzelfde geldt voor verpleegkundigen die in gesprek gaan met hun patiënten. Het ‘Goed in Gesprek’ project is er om daarmee te helpen.”

     

    Volgens Van der Horst kan je de gehele samenleving het beste bereiken via het onderwijs. “Bepaalde vaardigheden, zoals het checken van betrouwbare informatie en daarover op een respectvolle manier met elkaar in gesprek gaan, zijn ontzettend belangrijk om te leren. Het is daarom van cruciaal belang om hier op een jonge leeftijd mee te beginnen.”

     

     

    Zorgen over de invloed van mis- en desinformatie in de samenleving nemen toe

    In 2021 deed het Commissariaat voor de Media onderzoek (Digital News Report Nederland 2021) naar het vertrouwen in het nieuws. Hieruit kwam naar voren dat van 2018 tot 2021 de zorgen over mis- en desinformatie in het nieuws gestegen zijn met 10%. De globale urgentie bij de bevolking van het bestrijden van nepnieuws is in 2021 verdubbeld. Een grote meerderheid (69%) geeft aan zich zorgen te maken over de invloed van nepnieuws, bijvoorbeeld tijdens de verkiezingen.

    Lesmateriaal
    Het project biedt verschillende casussen voor mbo en hbo aan die gratis gedownload kunnen worden van de website. De casussen geven meer inzicht in de problematiek waar de onderwijs- en zorg- en welzijnsmedewerker in het werkveld mee te maken kan krijgen. De casussen zijn voorbeelden uit de praktijk, gebaseerd op veldonderzoek en interviews. Ook worden er gesprekstips gedeeld om naar aanleiding van de casus met studenten en leerlingen in discussie te gaan.

    Marieke Simonis, trainer en begeleider op het gebied van Onderwijs en ICT, is enthousiast over het materiaal. “Wat ik zo goed vind aan het project, is dat het concrete handvatten biedt om met desinformatie in de klas aan de slag te gaan. Het aangeboden materiaal met bijbehorende handleidingen maken het gemakkelijker om dit onderwerp op te nemen in de lesstof en het verlaagt de drempel om dit ook daadwerkelijk te gaan doen.”

    Volgens Wouter van der Horst is tijdens de coronapandemie duidelijk geworden dat ook zorgmedewerkers een ontzettend belangrijke rol spelen in de strijd tegen desinformatie. “Zij zien direct de gevolgen van verkeerde informatie op hun patiënten. Daarom hebben wij specifiek voor de opleidingen binnen zorg en welzijn casussen ontwikkeld die helpen om op een open en constructieve manier het gesprek aan te gaan over desinformatie.”

    Marieke Simonis spreekt een hoop docenten in dit werkveld. “Docenten in de zorg geven aan zich ook daadwerkelijk te kunnen vinden in de casussen die Goed in Gesprek aanbiedt. Het materiaal is hierdoor makkelijk te integreren in het curriculum. Vaak moet je er wel zelf nog een kleine draai aan geven, daarna kan je er optimaal mee aan de slag.”

    Hoe het materiaal wordt gebruikt en waar docenten behoefte aan hebben, verschilt volgens Wouter van der Horst. “De ene docent heeft behoefte aan kant- en klaar materiaal en de ander wil het eerder zelf vormgeven. Het is voor ons belangrijk om aan die verschillende behoeftes te voldoen. Desinformatie is natuurlijk bijna alomvattend en gaat veel breder dan de voorbeelden die wij binnen deze campagne aandragen. Toen we bijvoorbeeld bezig waren met de casussen over corona kwam al snel de oorlog in Oekraïne in beeld. Daar hebben we ook gelijk een relevante casus van gemaakt.”

    Desinformatie op TikTok
    Niet alleen via scholen, maar ook via sociale media wordt de campagne ingezet. Marieke Kuypers, socialmediaspecialist die actief is op TikTok, is in korte tijd bekend geworden op het platform, door daar te reageren op desinformatie. Ze heeft al meer dan 90.000 volgers en is het gezicht van Goed in Gesprek.

    “Op TikTok kan een filmpje met verkeerde informatie zich heel snel verspreiden. Zelfs iemand zonder volgers kan iets plaatsen dat binnen een paar uur honderdduizend keer bekeken is. En als je dat filmpje liket, zal TikTok je ook snel veel meer desinformatie voorschotelen. Op mijn eigen account zie ik kattenfilmpjes en boekreviews, maar het extra account waarmee ik desinformatie en complottheorieën opzoek staat vol met de meest extreme verhalen.”

    Ook de filmpjes die Kuypers maakt worden vaak honderdduizenden keren bekeken. “Er wordt zoveel informatie gedeeld op sociale media dat ik het echt niet raar vind dat jongeren soms door de bomen het bos niet meer zien. Zij kunnen niet elk filmpje checken en weten ook niet altijd hoe ze dat moeten doen. Dat ze wel heel graag de waarheid willen weten, merk ik aan de vele verzoeken die ik elke dag krijg om iets te checken.”

    Kuypers merkt dagelijks dat het moeilijk is om het gesprek aan te gaan als er desinformatie in het spel is. En dat mensen elkaar steeds vijandiger benaderen. “Iemand een wappie noemen helpt echt niet om die persoon te overtuigen. Je kunt beter proberen iemand te begrijpen en dichter bij ze te gaan staan, dan te roepen vanaf de overkant. Ik hoop echt dat we met het project jongeren aan het denken kunnen zetten.”

    Desinformatie in de les
    Daan Jas, student aan de lerarenopleiding omgangskunde in Tilburg, geeft aan tijdens zijn stage verschillende situaties te hebben meegemaakt met mis- en desinformatie in de les. “Op het mbo lopen veel studenten rond die niet uit een omgeving komen waar het NOS Journaal vaak bekeken wordt of de krant wordt gelezen. Ze halen veel informatie van elkaar of van Facebook en allerlei andere sociale media-kanalen. De vraag blijft dan hoeveel zicht zij hebben op kwalitatief goede informatie.”

    “Je hoort tijdens lessen wel eens opmerkingen waarvan je denkt, ‘waar heb je deze informatie vandaan?’”, dit gebeurde volgens Jas regelmatig tijdens de coronacrisis. “Ik merk dat sommige studenten nieuwsgierig zijn naar complottheorieën. Studenten spraken zich bijvoorbeeld uit over allerlei alternatieve bedoelingen van de overheid of dat de vaccins niet te vertrouwen zijn.” Jas vermoedt dat hij niet de enige student is die dit soort opmerkingen in de klas hoort.

    “Ik gaf in veel gevallen les in burgerschap, dan heb je het dus vaak over hoe de maatschappij eruitziet en wat er gebeurt in de maatschappij. Dat maakte het voor mij iets makkelijker om in die lessen hierop in te haken. Maar zodra ik les moest geven in andere vakken en ik opmerkingen kreeg over bijvoorbeeld de oorlog in Oekraïne, dan besloot ik het vaak op dat moment te laten. Je hebt er gewoon niet voldoende tijd voor en het is geen onderdeel van de les. Wel besprak ik het achteraf met de mentor of in het team.”

    Of je nepnieuws altijd moet bespreken in de les hangt volgens Jas van een basisafweging af: “Wie wil je zijn als docent en als mens en wat is jouw opvatting van het werkveld?”. Van der Horst ondervindt dat de mening van Jas onder docenten gedeeld wordt. “Ik denk dat heel veel docenten niet vinden dat het de taak is van het onderwijs, omdat ze al zoveel op hun bord hebben liggen. Als er een maatschappelijk probleem is dan krijgen docenten al meteen de rol opgelegd om daar wat mee te doen.”

    “Logisch, want naast vrienden en familie is de docent een belangrijke pijler in het leven van een student. Daarom moet er vanuit het onderwijs iets aan het probleem gedaan worden, anders wordt het simpelweg niet opgelost.” Volgens de practor moet er gekeken worden naar hoe er ruimte kan worden gemaakt voor het onderwerp in het al bestaande curriculum. Dit om het zo ‘op een natuurlijke wijze te integreren’. “Het wordt daardoor niet nog iets wat er extra bovenop komt, maar dat je binnen je reguliere lessen kan behandelen.”

    Digitale geletterdheid
    Ook Marieke Simonis vindt dat de verantwoordelijkheid bij het onderwijs ligt. “Informatievaardigheden zijn een onderdeel van digitale geletterdheid, net als ICT-basisvaardigheid, mediawijsheid en computational thinking. Ouders zijn niet altijd toegerust om dat zelf met hun kinderen te bespreken of aan te leren. Als je het bevorderen van digitale geletterdheid als school niet oppakt, ga je ongelijkheid creëren en dat moet je niet willen. Ik vind niet dat je het als opleiding of school aan je voorbij moet laten gaan.”

    Digitale geletterdheid is volgens Van der Horst een belangrijk onderwerp binnen de campagne. “In Nederland lopen we voorop op het gebied van informatievaardigheden. Een groot deel van de bevolking herkent betrouwbare bronnen en weet welke dynamieken er schuilgaan achter berichten die je online ziet. We zijn in dat opzicht een aardig digitaal geletterd land als je alles op één hoop gooit. Maar wanneer je inzoomt, dan zie je dat er ook bij ons ontzettend veel verschillen zijn op het niveau van digitale geletterdheid. We kennen allemaal wel een voorbeeld van een desinformatiebubbel die schadelijk kan zijn, zelfs voor je toekomstige carrière en de relaties die je aangaat met anderen. Het is ontzettend belangrijk om daarbij stil te staan.”

    Marieke Simonis vindt het ‘Goed in Gesprek’ project daarom een essentieel agendapunt. ”Het is goed dat er vanuit het onderwijsland steeds meer aandacht voor de verschillende aspecten van digitale geletterdheid komt. Onze wereld gaat niet minder digitaal worden dus moeten we er ook voor zorgen dat we daar met z’n allen op een goede en verstandige manier mee omgaan.”

    Ga voor meer informatie over de strijd tegen desinformatie naar: www.goedingesprek.nl

     

    Tags

    Deel dit artikel

    Wilt u belangrijke informatie delen met de redactie?

    Tip hier de redactie

    BLIJF OP DE HOOGTE VAN AL HET ONDERWIJSINNOVATIE NIEUWS